Journalistiek is geen misdaad

Journalistiek is geen misdaad

Januari 2011, ergens aan het einde van de maand op een broeierige namiddag. Op en rond het Tahrir-plein in de Egyptische hoofdstad Caïro is de revolutie volop aan de gang. Ik breng er al een week verslag van uit en ik besluit die dag om Tahrir even te laten voor wat het is en trek naar de wijk Kasr El Nil om er te polsen wat de Egyptenaren die je niet op het plein ziet, vinden van de revolutie.

Read More

How To Story

How To Story

In How To Story nemen de auteurs je mee achter de schermen van het beeldverhaal. Ze geven je de basics van storytelling mee en waarschuwen je voor valkuilen: Hoe kies je de juiste invalshoek? Hoe schrijf je een goed scenario? En waarom loopt het soms toch nog fout in de montage?

Read More

Het gewicht van eenzaamheid

Het gewicht van eenzaamheid

De zorgregisseurs in Brussel trekken aan de alarmbel. Zorgregisseurs zijn hulpverleners die voor de nodige omkadering zorgen zodat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Het project in Brussel-centrum dreigt volgend jaar te verdwijnen, omdat noch het Riziv noch de Brusselse overheid van eerstelijnsbegeleiding van ouderen een prioriteit maakt. Want door de zesde staatshervorming is ouderenzorg binnenkort geen federale bevoegdheid meer en is op een tiental weken van de verkiezingen niet duidelijk welk beleid er na 25/05 zal gevoerd worden.

Read More

Brussels' Boroughs

Brussels' Boroughs

Graag zie ik Marc Didden struinen langs de Brusselse lanen. We begroeten mekaar wel eens minzaam in die gezellige koffiebar in de Ortsstraat, vlakbij de Beurs. Ik begrijp zijn dagelijks verlangen om de Brusselse straten te (her)ontdekken; dat maakt een stad zo rijk: dat je er elke dag wel nieuwe dingen ontdekt. Ze prikkelt, ergert, houdt vast en laat in ons geval nooit meer los.

Read More

Brief aan Shirin - Dageraadplaats

Brief aan Shirin - Dageraadplaats

Het Radio1-programma 'Dageraadplaats' vroeg me n.a.v. de gebeurtenissen in Bangladesh een brief te schrijven. Het werd er eentje aan Shirin, een vrouw die ik ontmoette aan een plaatselijk hospitaal.

Read More

Made in Bangladesh

 

blogpost voor www.deredactie.be

Is er zes maanden na de grote ramp van Rana Plaza iets veranderd voor de textielarbeiders in Bangladesh? VRT-journalist Tim Verheyden trok voor "Koppen" naar Bangladesh en zocht het uit.

 

 

"Zie je dit meisje?", vraagt mijn vertaler. "Ze is 13 en heeft bloedarmoede. Dat is geen uitzondering hier. De gezondheid van veel kinderen is nog erger", voegt hij eraan toe terwijl we terug naar de auto wandelen. We wandelen verder in één van de vele honderden typische steegjes in de Bengaalse hoofdstad Dhaka, onderweg naar de zoveelste kledingfabriek.

 

 

Ik kom net van een sweatshop waar kinderen van 10 tot 13 jaar oud T-shirts bedrukken. Met hun handen en voeten in de verf werken ze minstens tien uur per dag om de bestellingen op tijd klaar te krijgen. Alles gebeurt met de hand, de prints worden gedroogd met een haardroger. De geur was zo indringend dat ik er na 5 minuten al hoofdpijn kreeg.

 

Screen Shot 2013-09-27 at 00.24.41.png

 

De kinderen waren verrast door ons bezoek; "kopers uit België", hadden we tegen de baas gezegd, om er met een verborgen camera binnen te geraken. Want echt happig zijn ze hier niet op buitenlandse cameraploegen sinds de ramp op Rana Plaza waar meer dan 1.100 doden vielen.

 

Dure beloftes

 

Na het drama zijn er dure beloftes gemaakt door de kledingproducenten: charters zijn ondertekend om de werkomstandigheden van de arbeiders te verbeteren. Maar daar is niets van te merken.

 

 

Ik zie met mijn eigen ogen hoe 40 mannen, opeengepakt op een paar vierkante meters, aan de lopende band trendy wintertruien maken voor de Europese markt. Elektriciteitskabels liggen onbeschermd op de vloeren of hangen los aan de muren: "An accident waiting to happen".

Screen Shot 2013-09-27 at 00.26.07.png

Het is een sweatshop van PSPS textile, die werken voor onder meer H&M en Tommy Hilfiger. Ik zie hoe kinderen sleuren met hompen textiel in een fabriek die onder meer fleeces maakt voor Lidl.

Ik zie hoe een slachtoffer van de ramp op Rana Plaza sukkelt om te wandelen, zijn been is verbrijzeld toen het gebouw instortte. Ook de brandwonden zijn zichtbaar. Deze man zal nooit meer kunnen werken, hij is veroordeeld om te bedelen. Dan is werken voor 40 euro per maand nog zo geen slechte oplossing, bedenk ik me. Cynisme.

Of hij al een compensatie heeft gehad van de overheid of het kledingmerk waarvoor hij werkte?, vraag ik. De man schudt zijn hoofd en zucht van neen. Hij heeft voor Primark gewerkt, die een winkel hebben in Luik. Toch valt er op de website van Primark te lezen dat het bedrijf al 1,5 miljoen dollar heeft vrijgemaakt voor de slachtoffers.

 

Nog steeds geen controle

 

Sinds de ramp zes maanden geleden is er in geen enkele van de 5.000 textielfabrieken in Bangladesh een inspectie geweest, noch door de overheid, noch door de kledingproducenten.

 

 

Eén van de grote problemen is dat de merken geen zicht hebben op hoe hun onderaannemers in Bangladesh te werk gaan. Toch dragen ze net daar een verpletterende verantwoordelijkheid. En die bedrijven kunnen niet langer de andere kant opkijken.

Toch is het geen oplossing om de kledingindustrie in Bangladesh te boycotten; dat zou pas een drama zijn voor de miljoenen mensen die in de sloppenwijken wonen en in de textielindustrie werken. Het zou hen nog meer in de ellende duwen.

 

Maar als ik bij ons in de winkel 12 euro moet betalen voor een T-shirt in plaats van 10 euro, ben ik sinds mijn reis naar Bangladesh bereid om dat te doen. Want de doffe blik in de ogen van de kinderen die boven de verfbakken T-shirts stonden te bedrukken, vergeet ik nooit meer.

 

 

Alle foto's hier

 

 

Verloren Zonen

In een reportage die ik maakte voor "Koppen" getuigen twee moeders over hoe ze hun zoon geleidelijk aan zagen veranderen in geradicaliseerde moslims. Beide moeders gingen op zoek naar hulp, maar botsten op een muur van bureaucratie. Hun verhaal en mijn gedachte:

 

 Brussel centrum. Ingrid kijkt schichtig om zich heen. Hoe vaak heeft ze hier al niet gelopen, op zoek naar haar zoon Neal?

Screen Shot 2013-10-18 at 15.30.10.png

Ze heeft me nog maar net verteld over de vele achtervolgingen door de stad nadat hij thuis weer eens werd opgehaald door een zwarte auto die om de hoek stond geparkeerd. Die hoek ligt aan het ouderlijke huis, ergens in een typische Vlaamse wijk in de buurt van Vilvoorde, zoals er zoveel wijken zijn tussen Voeren en De Panne.

Neal was 17 toen hij stage liep bij een vzw in Anderlecht, vandaag zijn we drie jaar verder en is Neal een bekeerde moslim die amper nog contact heeft met zijn ouders. Een geradicaliseerde bekeerde moslim volgens zijn moeder, met uitgesproken ideeën tegen de westerse samenleving. Ingrid zag haar zoon veranderen: van een vrolijke 17-jarige basketter tot een in zichzelf gekeerde jongeman met lange baard en een djellaba.

Screen Shot 2013-10-18 at 15.30.01.png

Georganiseerde aanpak?

Het was zo weer een van die dagen dat er met Neal amper te praten viel. Plots krijgt hij een sms, hij rent naar buiten, naar de zwarte auto om de hoek en rijdt weg. Ingrid probeert haar zoon te volgen. De rit gaat naar het centrum van Brussel, het is moeilijk de zwarte auto te volgen en hij verdwijnt in het verkeer van de hoofdstad. Alweer.

Soms volgt ze hem op de metro, maar elke keer weer is hij haar te slim af. Talloze dagen heeft Ingrid al door Brussel gedoold. Waar kan haar zoon zitten? Bij wie? Wie zijn zijn vrienden die hem die radicale ideeën aanpraten?

"Hier moet toch een georganiseerde groep achter zitten", bedenkt Ingrid als we door de straten van de hoofdstad wandelen. "Het voelt allemaal heel erg goed georganiseerd aan".

De dag dat Neal 18 werd, had niemand nog iets over hem te zeggen en verliet hij het ouderlijk huis. Zonder geld, ergens in Brussel. Ingrid heeft geen idee waar hij verblijft.

Stap voor stap

"Een doemscenario", vertelt een andere mama, Katelijn, me. Hij is 17, nog zes maanden en ook hij is meerderjarig. "Ook mijn zoon is geradicaliseerd." Het begon bij een boksclub in Vilvoorde, waar hij bevriend raakte met een Marokkaanse jongen.

Katelijn: "Eerst bouwen ze een vriendschap op. Ze delen de interesse in die sport en ze bevestigen hem heel hard in die groep. Maar vanaf dag één gebruiken de ronselaars die vriendschap om uit te vissen wat zijn sterke en zwakke punten zijn, de punten waarop hij gemakkelijk te beïnvloeden is."

Screen Shot 2013-10-18 at 15.26.29.png

"Het is een spelletje van bevestiging en dan weer afstoten: je gaat er nooit helemaal bij horen, want dit doe je niet goed, want je kent niet genoeg van onze Koran. Zo is dat een jaar lang gegaan, zonder dat ik iets merkte."

"Op een dag laat hij dan zijn baard groeien en als ik zeg dat die baard niet echt verzorgd is, dan zegt hij: dat machientje werkt niet goed, ik wil me met de hand scheren."

Katelijn spreekt met haar zoon af dat zij hem na de examens zal helpen met scheren. "Maar op een avond komt hij dan thuis en is dat baardje in moslimvorm geschoren", zucht Katelijne. "En dan begon hij zich ook tegen onze samenleving te richten. Plots mocht er thuis ook geen alcohol meer gedronken worden en luisterde hij alleen maar naar Koranverzen."

Leven geven voor Allah

Katelijn en Ingrid willen niet de indruk wekken dat ze tegen de islam zijn, integendeel. Katelijn komt als leerkracht Nederlands voor anderstaligen dagelijks in contact komt met moslims. En ook met de bekering an sich zouden de twee moeders nog kunnen leven.

Maar de vraag hoe ze met de radicalisering moet omgaan kwelt Katelijn. Ze wil dat haar zoon gelukkig is. Ze zoekt meer informatie over de islam en de bekering tot moslim. Maar dan komt haar zoon op een dag thuis en spreekt hij over de strijd in Syrië.

Katelijn: "Hij zei altijd: mijn vrienden gaan mij nooit vragen om te gaan vechten in Syrië. Maar ze hebben hem nooit iets gevraagd, ze hebben niet gezegd: bekeer u, ze bewerken hem zodat hij er zelf begint aan te denken, wat natuurlijk veel sterker is."

"Maar als hij dan op een dag thuiskomt en zegt: dit leven hier heeft niet zo’n belang, maar het is het paradijs dat ons te wachten staat en daar moeten we nu punten voor verzamelen en het maximum van de punten dat we kunnen krijgen, is met ons leven te geven voor Allah, met ons leven te geven voor de grote zaak."

"Dan heb ik niet getwijfeld om meteen het meldpunt Syrië te bellen, omdat ik aanvoelde dat er een destructieve input bezig was en ik hem niet meer herkende. Maar op dat moment hadden zij hem eigenlijk al volledig in hun grip."

Screen Shot 2013-10-18 at 15.27.06.png

Hulp blijft uit

Het is de noodkreet van twee moeders die ik de voorbije dagen heb gehoord. Een schreeuw om hulp die intussen al maanden bezig is, in het geval van Ingrid al jaren. Plots werd radicalisering een hot topic: moslimjongeren die naar Syrië trokken om er te strijden voor de goede zaak, mogelijk geradicaliseerd door mensen uit de entourage van Sharia4belgium.

De minister van Binnenlandse Zaken richtte een Syrië-meldpunt op en de burgemeesters van Vilvoorde, Mechelen, Antwerpen en Maaseik begonnen hun eigen taskforce, inclusief brochure die moet duidelijk maken hoe je radicalisering kan herkennen. Het maakt Ingrid en Katelijn boos. Al maanden zagen ze dit aankomen.

Katelijn: "Ik ken de mensen die mijn zoon hebben geradicaliseerd, ik weet waar ze wonen en hoe ze eruit zien. Vanaf de eerste dag ben ik hulp gaan zoeken op alle mogelijke plaatsen, ik heb meer dan 40 mensen of instanties gecontacteerd en ik ken intussen veel mensen van goede wil, maar als het erop aankomt om echt hulp te krijgen, dan gebeurt er niets."

"Bij politie en gerecht zeggen ze: hij is geen misdadiger, dus we kunnen hem nergens in bescherming nemen. En die burgemeesters maken dan een hele mooie dure brochure van 40 bladzijden, op 9.000 exemplaren... ik heb die gelezen... tja... Mensen voor wie het nog altijd ver van hun bed is, gaan er niet veel wijzer uit worden. Dus...

- Een mooie pr-campagne?

"Ja, ik denk het echt wel. Er moest iets gebeuren, ze moesten ergens met iets naar buiten komen. Maar het staat ook letterlijk in de brochure dat ze het eigenlijk niet weten."

Toekomst met veel vragen

Twee dagen later. Telefoon.

Katelijns zoon is weggelopen. Hij is niet op school opgedaagd. Katelijn is in paniek. Alweer. Geen enkel moment kan ze hem nog alleen laten. Ze denkt terug aan de nachten dat ze voor zijn deur zat te waken, uit angst dat hij naar Syrië zou vertrekken. Op elk mogelijk moment van de nacht was hij wakker. Ze werd opgeschrikt door de geluiden die ze soms hoorde uit zijn kamer. Zou hij vertrekken? Die angst is nu even voorbij, maar wat als hij meerderjarig is? Hij sprak af en toe wel eens over de Jihad.

Katelijn wil er niet aan denken. "Wat als hij hier..." Neen.

Ik vertel het verhaal van Katelijns zoon aan de mama van Neal. Ze kent de vrees dat haar zoon iets zou doen in de naam van Allah. "Naar Syrië vertrekken? Neen, dat doet Neal niet. Maar hij is erg naïef. De dag dat zijn vrienden hem vragen om met een rugzak het station binnen te wandelen en zichzelf op te blazen, zal hij dat doen. En wat dan?"

De twee moeders delen zoveel vragen:

Waarom hun zonen?

Wie zit hier achter?

Wat is hun doel?

Waarom laten ze onze zonen niet met rust?

Waarom laten ze kinderen geen kind zijn?

 

Geen coördinatie

Ze delen ook dezelfde problemen waarmee zoveel moslimouders de voorbije maanden zijn geconfronteerd. Ik heb verhalen gehoord van vaders en moeders die voor de voordeur slapen om erover te waken dat hun zonen niet naar Syrië trekken om er te strijden.

Of je zoon nu Mohammed of Neal heet, de zorgen van een moeder zijn universeel: emoties die schipperen tussen schuldgevoel, machteloosheid en woede. Drie redenen waarom zeker Katelijn heel lang twijfelde om een interview te geven.

En die radicalisering? Als we het verhaal van Katelijn en Ingrid horen, dan is dat ook al veel langer bezig dan de voorbije tien maanden, de maanden dat die verhalen plots opdoken in de media en iedereen een versnelling hoger schakelde.

Of zoals professor internationale politiek Rik Coolsaet het zegt: "De burgemeesters, hulpverleners en Binnenlandse Zaken nemen allemaal initiatieven, maar er is niemand die coördineert en evalueert. En dat is een grote missing link."

 

DE REPORTAGE: 

Een kantelmoment

"De Open Vld-minister kondigde vorige vrijdag naar aanleiding van de rellen in Molenbeek aan dat ze een dialoog zou opstarten over een structurele aanpak van de problemen en de oorzaak ervan. Volgens Turtelboom leefde die vraag bij de Brusselse autoriteiten."

Wat u hierboven leest, komt uit een artikel in De Standaard van 21 september 2009 en gaat over de aanpak van problemen in enkele Brusselse wijken na rellen in St-Jans-Molenbeek. 

Niet de plaats is van cruciaal belang of de desbetreffende minister, wel dat men zoekt naar 'een structurele aanpak van de problemen en de oorzaken ervan'. 

 Klinkt u vertrouwd in de oren? We zijn intussen bijna vier jaar verder en ook vandaag gaan de burgemeesters van Vilvoorde, Mechelen en Antwerpen op zoek naar een structurele aanpak van de problemen en de oorzaken ervan, deze keer gaat het over de meer dan honderd jongeren, uit voornamelijk het Nederlandstalige landsgedeelte, die naar Syrië zijn vertrokken om er te strijden tegen het regime van president Assad.

 Erkenning

Volgens Sadik Harchaoui, voorzitter van Forum, het Instituut voor Multiculturele vraagstukken in Nederland en één van de adviseurs die de Belgische burgemeesters bijstaat in hun zoektocht naar antwoorden, moet de overheid inzetten op verschillende niveau's. Hij noemt daarbij de straathoekwerkers en buurtwerking tout court als één van de belangrijkste bouwstenen. Pas als je doordringt tot een gemeenschap kan je begrijpen wat er leeft. 

En ook dan kan je pas gezinnen bijstaan waarvan de jongeren dreigen te radicaliseren. Want of je nu opgroeit in een klassiek Vlaams gezin of een multiculturele omgeving; jongeren zijn jongeren en zeker in hun puberteit erg beïnvloedbaar. Daarom is de overheid in Nederland als sinds 2003 bezig met het in kaart brengen van radicalisering. Eén van de uitlopers daarvan is de website omgaanmetidealen.nl. Ouders en instanties kunnen er terecht met allerlei vragen over radicalisering en hoe er het best mee omgaan. 

Uiteraard biedt een website alleen geen antwoord op vertrekkende jongeren. Integendeel, ook uit Nederland vertrekken er nog altijd jongeren naar Syrië. Maar een informatiepunt is alvast een start in het erkennen van een maatschappelijk en voor de betreffende ouders een erg pijnlijk fenomeen.

 Want achter de gevels van enkele huizen in Vilvoorde en Antwerpen spelen zich, ver weg van de camera's, menselijke drama's af: moeders die aan de voordeur slapen om te beletten dat hun zoon vertrekt om te gaan strijden. Of een vader die thuiskomt en tegen zijn vrouw moet zeggen dat hij hun zoon niet heeft kunnen overtuigen om de wapens neer te leggen. En tegelijkertijs beseft dat hij hem misschien nooit meer terugziet.

 Kantelmoment

 Het klinkt misschien wat wrang, maar het fenomeen van de vertrekkende jongeren, is een uitgelezen kans om het debat over integratie een nieuwe wending te geven. Want of het nu gaat over relletjes in Molenbeek, Anderlecht, Borgerhout of vertrekkende strijders uit Mechelen, Vilvoorde of Antwerpen; altijd duiken dezelfde ingrediënten op die dienen voor een voedingsbodem; onder meer de hoge jeugdwerkloosheid in bepaalde steden (slechts één van de jongeren die in Syrië vecht, had werk), en het gevoel van niet aanvaard te worden in onze maatschappij. Dat is ook het discours van non-profitorganisatie Kif Kif, die naar eigen zeggen al jaren de ongelijkheid in de samenleving op de politieke agenda probeert te zetten, maar weinig weerklank krijgt. Het is dan ook een thema waarbij politieke partijen op een dunne koord balanceren en ofwel overhellen naar (extreem) rechts of wel heel erg de bocht uitschieten naar links. 

Bovendien gaat het debat echt wel verder dan het grote "wij-zij"-verhaal. En toch lijken we daar soms niet bovenuit te stijgen, zodat zich dat bij een kwetsbare groep jongeren al snel omzet in een discours van 'Het Westen' tegen 'De Islam' en hen net extra gevoelig maakt voor radicalisering, ook los van het hele Syrië-verhaal. 

Maar net in dat verhaal willen de burgemeesters dus meer inzetten op het lokale preventiebeleid. De uitdaging ligt bij de ambitie om van de vele krachtige woorden van de voorbije dagen geen loze uitspraken te maken, uitgesproken in het heetst van de actualiteit. Een doorgedreven aanpak van het radicalisme en de uitwerking van een lokaal actieplan kan op termijn een verandering teweegbrengen die verder gaat dan het Syrië-probleem alleen. 

Al was het maar om te vermijden dat bepaalde krantenkoppen om de zoveel jaar terugkomen.


Abu Dinges

Abu dinges, niet schieten...

"Een klassieker is geboren", tweette een collega na het horen van bovenstaande woorden. Ze komen uit een Youtubefilmpje, waarin je ziet en hoort hoe een Belgische strijder in Syrië even niet meer weet wat nu weer de nieuwe naam was van zijn Moslimbroeder. Abu dinges is gewoon Mohammed, Brahim of Pieter, zo u wil.

Maar het Antwerpse accent dat weerklinkt over de Syrische vlakten, zit ons niet lekker.

Want plots zijn ze daar; ze heten Brian, Jejoen of Sami. Jonge gasten, erg beïnvloedbaar door wat ze zien of horen uit radicale moslimorganisaties. En dan vertrekken ze, met de wagen (of het vliegtuig) naar Turkije en dan de grens over met Syrië om er te vechten met, in het slechtste geval, schimmige organisaties als het Al-Nusra front.

De ophef van de laatste dagen doet vermoeden dat we met een heel nieuw fenomeen zitten, maar dat is niet zo. Hetzelfde gebeurde al in de jaren 90 toen jongeren, maar ook oudere mannen, geronseld werden om te gaan vechten in Afghanistan of Tsjetsjenië.

Alleen lijkt de wereld, mede door het internet en het almaar groeiende belang van internationale conflicten, crisissen en gebeurtenissen tout court op onze samenleving, een pak kleiner dan toen. En sinds 9/11 is ook het moslimradicalisme uitgegroeid tot een sluimerende Koude Oorlog van het laatste decennium.

Task Force

Door de media-aandacht van de voorbije dagen heeft minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet een ‘Task Force Syrië’ opgericht. Daarin zitten de Staatsveiligheid, het anti-terreurorgaan OCAD, het federaal parket en vertegenwoordigers van de federale en lokale politie. De schreeuw om hulp van de ouders en familie van onder meer Brian en Jejoen liggen mee aan de basis van een versnelde actie.

Nochtans is zo een werkgroep iets wat al langer wordt gevraagd door de inlichtingendiensten. 

Een greep uit de maatregelen:

- wekelijks overleg van de task force

- specifieke opleiding van agenten om radicalisme te herkennen en op te sporen

- nauwere samenwerking tussen de inlichtingendiensten

- overleg op Europees niveau

- en het openen van een centraal meldpunt. Lees een emailadres waar u terecht kan als u vragen heeft.

Sta ons toe niet helemaal onder de indruk te zijn van die maatregelen. Bovendien zou je verwachten dat ze er zeker al een jaar of tien zouden zijn en de nodige instanties er op verder bouwen.

Uiterst recht Raphael Gendron, een Belgische strijder in Syrie.

Uiterst recht Raphael Gendron, een Belgische strijder in Syrie.

Wat na de terugkeer?

De grootste vrees van de inlichtingendiensten is niet zozeer het aantal jongeren dat naar Syrië vertrekt. Op basis van welke wet kan je het hen immers verbieden? Vorig jaar nog zijn 13 moslim-extremisten vrijgesproken. Volgens de rechtbank was het klaar en duidelijke dat ze waren gaan strijden in Tsjetsjenië, maar was niet bewezen dat ze zich hadden aangesloten bij een terroristische groepering. 

Maar wat als die jongeren op een dag terugkomen? De ene zal gedesillusioneerd zijn door de bittere realiteit van de oorlog; het martelaarschap oogt altijd net iets exotischer vanop afstand.

Anderen zijn dan weer overtuigd van de Heilige Strijd en hebben mogelijk ideeën die niet stroken met wat in onze maatschappij algemeen wordt aanvaard. 

Herinnert u zich Mohammed Merah nog? Merah schoot in maart 2012 drie kinderen en een rabbijn dood in een Joodse school in Toulouse. Onderzoek wees uit dat hij zeker geen eenzaat was, maar intensief contact had met tientallen radicale moslims in zeker twintig landen en er ook tientallen trips naar het Midden Oosten had opzitten. 

Hoeft het gezegd dat niemand wil dat zo een scenario zich -eender waar- herhaalt?

Aanpak op alle fronten

Het is dus tijd om nog maar eens de discussie aan te gaan over hoe de voedingsbodem aan te pakken van de radicalisering: de moeilijke integratie van sommigen, de werkloosheid bij (allochtone) jongeren die in Brussel rond de 20% schommelt, de vaak moeizame betrokkenheid in de samenleving… 

Maar ook voor de Imams is er een grotere verantwoordelijkheid weggelegd. De meesten onder hen worden in het buitenland opgeleid en spreken vaak niet onze taal. Maar het zijn zij die voorgaan in de moskee en binnen hun gemeenschap een leidende rol kunnen spelen. Iets wat ook bevestigd wordt door de Antwerpse Imam Nordine Taouil: " Imams spreken vaak de taal niet en volgen niet wat er in de actualiteit gebeurt en prediken dus in een verkeerde context". 

Geen enkele oplossing is zaligmakend. Het zal altijd een optelsom zijn van de aanpak op verschillende fronten.

Gelukkig heeft de meerderheid van de (moslim)jongeren geen boodschap aan radicalisme. ‘Een bende idioten die het voor de rest verpest’, klonk het vorige week nog in Vilvoorde, waar een aantal strijders vandaan komt. En intussen ging de voetbalwedstrijd in het nieuw aangelegde sportpark voort. Want ver weg van alle conflicten in het Midden Oosten is er een grote groep jongeren die gewoon naar school wil gaan, werk vinden, trouwen, kinderen krijgen, ... En geen zin heeft om martelaar te zijn voor een oorlog die niet de hunne is. 

De jonge Sean Pidgeon uit Brussel heeft de strijd in Syrië niet overleefd. Hij is waarschijnlijk de eerste Belgische strijder die er sterft, gesneuveld op 15 maart en begraven in Syrische grond.

Intussen is het hopen dat Abu Dinges en de anderen de oorlog in Syrië overleven. Brian en de anderen horen bij hun ouders thuis. Op zaterdag naar de jeugdbeweging. En voor de rest jong zijn.

Iets wat hun leeftijdsgenoten in Syrië alvast is ontnomen. 

Sierre en de zoektocht naar antwoorden

Terwijl de eerste verjaardag, of hoe moet je zoiets noemen, van het busongeval in Sierre nadert, waarbij 22 kinderen en 6 volwassenen om het leven kwamen, steken ook weer de vele vragen de kop op. Tien maanden na die treurige dinsdagavond weten we nog altijd niet wat zich in die Zwitserse tunnel, om iets over negen uur 's avonds, heeft afgespeeld.  Procureur Elsig van het Zwitserse parket heeft in de zomer van vorig jaar al meegedeeld dat er geen enkel technisch mankement aan de oorzaak van het ongeval ligt. De bus is onderzocht door Zwitserse speurders, met medewerking van busbouwer Vanhool en de Aarschotse busfirma. 

Verhalen over een knal die de kinderen hoorden toen de buschauffeur een DVD opzette, zijn nooit bevestigd. Zelfs het hardnekkige verhaal over de chauffeur die een dvd instak, is achteraf ontkend, wegens geen enkele aanwijzing.

Het onderzoek heeft ook uitgewezen dat de buschauffeur niet onder invloed van alcohol was.

Toch lijkt het onderzoek de richting uit te gaan van een menselijke factor aan de basis van het ongeval. Ik vermijd opzettelijk het woord 'fout'. Tot op vandaag zijn er daar nog geen aanwijzingen voor. 

Mogelijk / waarschijnlijk, de grens is dun…

Volgende week geeft procureur Elsig een tussenstand inzake het onderzoek. Hij komt daarvoor niet naar Belgie. Elsig zal een mededeling sturen naar de parketten van Leuven en Hasselt, die op hun beurt de ouders inlichten en daarna krijgt de pers meer informatie. De werkwijze doet vermoeden dat er niet nieuwe informatie zal zijn.. 

Er is al veel gespeculeerd in dit dossier. Het is een voortdurend zoeken naar antwoorden. In de eerste plaats door de ouders die een kind zijn verloren. De onmacht en het bijhorende verdriet dat tien maanden geleden over hen viel,  zal er niet minder op geworden zijn. We kunnen alleen maar raden door welke woestijn zij moeten gaan. 

Die lege kamer, die lege stoel aan de ontbijttafel, een rapport dat nooit is afgehaald. 

Intussen stil zijn en nederig het hoofd buigen voor zulk triest leed.

En respect tonen voor hun zoektocht naar antwoorden op hun vele vragen.

In de hoop dat die er toch nog komen.

Het is nu wachten op de laatste resultaten van de autopsie die is gebeurd op het lichaam van de chauffeur. 

De speurders willen nagaan welke invloed de antidepressiva in zijn lichaam had op het rijgedrag. 

En dat onderzoek neemt veel tijd in beslag. Heel veel tijd kan je je afvragen, maar tegelijkertijd moeten we begrip opbrengen voor de tijd die de Zwitsers nemen on het onderzoek te voeren in dit emotionele en gemediatiseerde dossier.

Dat -voorlopig- een minderheid van de ouders vindt dat de theorie rond de zelfdoding niet genoeg onderzocht is, is een aannemelijke theorie. Net zoals vele theorieën is de piste van de zelfdoding al eerder opgedoken. 

Er zijn al veel studies gevoerd naar de relatie tussen het gebruik van antidepressiva en zelfdoding. Bijna 1 op de 10 Belgen slikt antidepressiva. Cijfers die eenvoudig op te vragen zijn bij het RIZIV.

Zijn al deze mensen potentiële zelfdoders?

In het geval van Sierre is het een piste die onderzocht moet. Zoals alle pistes. 

De chauffeur nam Seroxat, een antidepressivum dat volgens de Oslo University drie keer vaker tot suïcidale gedachten leidt dan andere middelen. Tegelijkertijd is het wereldwijd één van de meest verkochte antidepressiva. En het vergt, terecht, een diepgaand onderzoek. Omdat als het zo blijkt te zijn, het meteen ook de nodige vragen oproept voor de farmaceutische sector. 

Maar soms bedenk ik me dat we de oorzaak van het ongeval misschien nooit gaan kennen. We moeten daar rekening mee houden en dus hoop ik oprecht dat ik me vergis. 

Maar het knaagt. In de eerste plaats voor de ouders, familie en vrienden van de slachtoffers.

En daar moeten we alle begrip voor hebben, en tegelijkertijd de noodzakelijke terughoudendheid aan de dag leggen.

En hopen op antwoorden.


Toekomst van de industrie

Soms ontdek je inspirerende plekken; eentje is de Budafabriek in Kortrijk. De fabriek is de eerste creatief-economische werkplaats in ons land; een synergie tussen de creatieve industrie en klassieke ondernemers. Eén van de aanwezigen was Chris Dercon, directeur van het Tate Modern in Londen. Hij heeft een boeiende visie op waar de creatieve industrie naartoe moet. Eén vraag die ik hem stelde was voldoende voor een exposé van ruim acht minuten:

In A New York Cab, II

Volgens de berekeningen van New York State Comptroller Thomas Di Napoli zullen door de financiële crisis nog eens 10.000 mensen op Wall Street tegen eind volgend jaar hun baan verliezen. Dat zet de teller sinds de bankencrisis van 2008 al op 32.000. In werkelijkheid zijn het er waarschijnlijk nog meer.

En dan begint het, die duizenden mensen die opnieuw op zoek moeten naar werk. Scott Curtis is een van die ex-Wall Street traders. Tegenwoordig rijdt hij met de taxi om zo opnieuw op Wall Street te geraken. Zijn cv hangt zichtbaar op de achterbank, zodat passagiers weten wie hen rondrijdt.

‘Ik hoop dat hij niet helemaal uptown moet, want daar heb ik niet meteen zin in’, zegt Scott Curtis als hij aanstalten maakt om de volgende klant op te pikken. Even later zijn we onderweg naar de 125ste straat, uptown dus en niet naar de zin van Curtis, maar hij laat niets merken, Taxi rijden met een glimlach. Maar niet van harte.

Achteraan in zijn auto heeft Curtis een papiertje opgehangen waarin hij zichzelf promoot. Een man met ervaring, niet bang om hard te werken, Pech gehad, maar wil opnieuw naar Wall Street. ‘Geeft u mij een job, beste klant? You won’t be sorry’.

Het is de tweede nacht die ik doorbreng met Curtis in zijn taxi. Zelf had hij er nooit aan gedacht om taxichauffeur in New York te worden. Maar het noodlot bracht hem hier.

‘Vijfentwintig jaar heb ik gewerkt op Wall Street’, vertelt Curtis, laverend tussen 4th en 5th Avenue. ‘Traden, dag in dag uit, maar toen het bedrijf waar ik voor werkte, werd overgenomen door Merrilll Lynch, besloot ik op mijn eentje verder te gaan.  We zijn dan 1998. Ik had net een zware operatie achter de rug en wilde niet meer terugkeren. En het lukte, ik deed het goed en het geld bleef binnenstromen.

Ik had het allemaal: miljoenen dollars, een appartement in New York, een huis in Miami. En natuurlijk een geweldige vrouw en twee schatten van kinderen. Maar dan in 2008, dan komt plots de bankencrisis…

In een paar maanden tijd verliest Curtis alles wat hij heeft. De banken gaan onderuit en sleuren honderden bedrijven mee in hun val. Ook dat van Curtis: ‘hebzucht… we dachten dat de sky the limit was; de banken zouden toch nooit failliet gaan.  En al die kleine bedrijven bleven maar traden omdat ze dachten dat er toch geld genoeg was. De grootste vergissing van mijn leven. Alles ging te goed, ik had er bij moeten stilstaan. Als alles te evident is, is er iets niets juist’.

Curtis verkoopt zijn appartement in New York en vliegt terug naar Miami. Maar de de schuldenput is zo diep dat hij ook daar zijn villa van de hand moet doen. Zijn relatie lijdt onder de spanningen en zijn vrouw verlaat hem. Een vechtscheiding en Curtis is ‘blij dat hij van haar af is’. Maar zijn gezicht verraadt iets anders. Hier naast me in de taxi zit een man die terug verlangt naar het gewone gezinsleven met vrouw en kinderen. Meer nog dan naar zijn luxeleven.

Het is elf uur ‘s avonds, we zijn al vijf uur aan het werk, Omdat Curtis me vertelde dat hij vroeger haast elke avond sushi at, neem ik hem mee uit eten, Een half uurtje bij de Japanner kan er wel vanaf. Hij bedankt me uitvoerig voor de sushi en geniet van de blokjes rijst en vis. We zitten in een obscuur Japans eethuis. In een ver verleden deed Curtis alleen sterrenrestaurants aan, maar het deert niet, Het eten is hier heerlijk en Curtis geniet. Anders overleeft hij op afhaalchinees en pizza. Ja kan in New York aan 1 dollar pizza slices geraken en hij weet ze allemaal zijn.

Even later rijden we verder op 6th Avenue, richting Central Park. Het is een drukke avond. ‘Ik blijf liever downtown’’, zegt Curtis. Hier kan je veel meeer volk oppikken en verdien ik dus meer. Een fietser schiet plots voor de auto en Curtis kan nog net op de rem gaan staan. Er volgt een bulderende scheldtirade. De voormalige footballcoach maakt ondanks zijn postuur weinig indruk op de fietser. ‘Sorry, zegt Curtis, soms ben ik wat opvliegend, maar met de taxi rijden is een mentale kwelling. Het is overleven, meer niet. En overleven is moeilijk’, zucht hij.

‘En toch is dit de enige manier om me terug op de arbeidsmarkt te krijgen’, gaat Curtis verder. ‘ Ik wou niet in Miami blijven, er is daar geen werk. En plots kwam ik op het idee om met de taxi te rijden en mezelf zo te promoten’.

Op het tussenstuk tussen de chauffeur en de passagiers, heeft Curtis een papiertje gehangen. De boodschap is duidelijk: ‘Denk je nu echt dat ik mijn hele leven taxichauffer wil blijven? Ik werkte op Wall Street, verloor mijn job door de crisis. Hebt u iemand nodig? Aarzel niet. U zal er geen spijt van hebben.’

‘Je weet nooit wie ik in mijn taxi krijg’, gaat hij verder. ‘Ik pik zoveel zakenmannen op en er moet toch iemand tussenzitten die een job heeft. Het is nutteloos op mezelf op internet ergens te promoten op al die sites met jobs. Ik ben er een van de zovelen. Hier is over nagedacht en ik hoop dat de mensen dat waarderen’.

Waarderen doen de klanten het zeker, want iedereen die in de taxi komt, left mee met Curtis. ‘Dat het erg is en zo met die crisis…’ Maar een job? Die krijgt Curtis niet aangeboden als ik bij hem in de taxi zit.

‘Tja’, mijmert Curtis, ‘het mag wel eens gaan gebeuren. Het is nu al acht maanden dat ik zo rondrijd. Ik heb mezelf een jaar gegeven om opnieuw werk op Wall Street te vinden’. Curtis kijkt me aan en lacht: ‘en wat als het niet lukt, ga je nu vragen zeker? Wel, dat zien we dan wel weer. Misschien toch nog wat langer met de taxi rijden’.

We rijden verder de nacht in. Een klant geeft hem een fooi van vijf dollar. Curtis is er blij mee. Alles is welkom. ‘Ik vlieg elke twee weken naar Miami om mijn kinderen te zien en dat kost ook geld. En terug naar ginder verhuizen is geen optie. Dus ik blijf werken. Duizend dollar per week verdien ik en ik werk zes dagen op de zeven, uitsluitend ‘s nachts. Het is beter dan niets’. En dan gaan de gedachten van Curtis terug naar Wall Street: ‘De week van mijn verjaardag in 1999 heb ik 540.000 dollar verdiend. Het hoogste bedrag wat ik ooit in een week heb binnengehaald. En nu ben ik tevreden als klanten me een fooi van vijf dollar geven. Een les in nederigheid’.

Curtis zet me af op de hoek van Broadway en Houston. Ik neem de metro terug naar huis. Voor ik uitstap vraag ik hem nog waar hij eigenlijk slaapt? ‘Bij mijn broer in de woonkamer, op een luchtmatras op de grond. Ik kan me voorlopig geen eigen stek veroorloven. Maar ook dat zal ooit veranderen’. En weg is hij, onderweg om de zoveelste klant op te pikken, misschien wel iemand van Wall Street. Maar hoe groot is die kans…

video hier